I believe

Meestal haal ik mijn inspiratie uit muziek. De titel van deze column komt uit de song ‘I Believe’, door tal van artiesten gezongen. Je zou het kunnen beschouwen als een min of meer christelijk nummer.

 

Veel echte christelijke, in het bijzonder Engelstalige nummers, worden door buitenlandse artiesten gezongen tussen het gewone (populaire) repertoire door waarbij  de hele zaal   naar hartelust meezingt. Nu liggen gospels,  wel dicht tegen de vertrouwde  countrysongs. Maar ik vind het wel wat hebben,  je geloof op deze manier uit te dragen. Zingen, blij te zijn dit te kunnen doen en kracht ontlenen aan het hogere. Zonder er teveel de nadruk op te leggen.

In Nederland kennen we dat helemaal niet. Hier ben je gespecialiseerd in een repertoire en heb je een eigen publiek in beperkte kring. Terwijl er toch in het Nederlands mooie ‘zingbare’ teksten zijn. Je bent ook meteen getekend voor het leven met een askruisje op je voorhoofd.

Als er al eens een ‘idol’ een nummer zingt als ‘you raised me up’ is het al niet meer herkenbaar als ‘christelijk’. Terwijl in de hiphop en rap scene volop uiting wordt gegeven aan het antichrist gevoel.

Wellicht is het zo ook wel met ‘geloven’ in Nederland. Geloven doe je op zaterdag of zondag in je eigen kringetje, liefst in de kerk. Als er wel eens iets gevraagd wordt over geloven dan is het antwoord al snel: “van huis uit ben ik …”. Als een soort excuus er  aan geroken te hebben, maar er geen belang meer aan te hechten. Geloofsgemeenschappen vergrijzen. Het gewone, oude gezongen repertoire is vooral geliefd in zorginstellingen en ouderencentra.

In onze maatschappij  lijken we een soort gêne te hebben betreffende geloofsbeleving. We sluiten ons af en weten ons beschermd in ons eigen kringetje. En dat is jammer, want als ‘doelgroep’ ben je heel herkenbaar en kwetsbaar. Christenen zouden wat opener moeten zijn. Blij, christen te mogen zijn, waarbij zingen een prima promotiemiddel is. Het komt sporadisch voor dat een artiest tijdens een vraaggesprek iets vertelt over zijn levensovertuiging.

Misschien is het ook allemaal niet zo vreemd. Een priester op de LTS vertelde mij eens dat hij met andere priesters uit eten ging. En hoe moeilijk zij het vonden in een restaurant hoorbaar te bidden. Ik praat over eind jaren zestig. Veel beter lijkt het niet geworden.

I believe ..…..

Hans de Ridder

© Pluskrant