donderdag 15 december 2011 22:29
Bij het naderen van het Kerstfeest denk ik aan konijn. Zoals we vroeger, in mijn herinnering, altijd een witte kerst hadden, zo lijkt het alsof we twee dagen niets anders dan konijn aten. Wat natuurlijk net zo min waar is als die krakende sneeuw. Wel herinner ik me de pudding, die me nooit wilde smaken omdat die van hetzelfde bord gegeten werd en de restjes aardappelen die erdoorheen kwamen. Kerstmis is konijn gebleven.Een konijn zonder 'jas' maar met de 'sokken' en de kop er nog aan, Je ziet ze hooguit nog bij de poelier. Die 'sokken' waren belangrijk, want alleen daaraan kon je zien dat het geen 'dakhaas' was. Discreet verwijderde de poelier genoemde lichaamsdelen, maar ik herinner me nog goed hoe de kop door de ware konijnenproever gewaardeerd werd als het smakelijkste onderdeel van het gerecht. Die ware proever was onze oom Ben, die met Kerstmis als eregast, samen met tante Bep en dochter, aanschoof. Voor hem en voor niemand anders, was de kop. Vooral van de tong genoot hij zichtbaar.
Het kerstdiner, dat toen dus nog gewoon 'konijn eten' heette, herinner ik me niet als een culinaire aangelegenheid, maar meer als een ritueel. Een ritueel dat in de ogen van een kind al in de zomer begon met het steken van ganzentongen en dat eindigde met het opeten van de restjes op tweede kerstdag: extra vette jus, het vlees dat over was en soppen met brood. Konijn eten, een delicatesse voor de niet al te gefortuneerde mens. Wij waren als kinderen niet onder de indruk als het hok kort voor kerst leeg was. Het werd immers kerst en de familie kwam. Hadden we konijnen van de jacht (ter afwisseling van 'tam'), dan ging de maaltijd steevast gepaard met de waarschuwing op te passen voor mogelijke hagelkorrels, ergens diep in een achterpoot.
Het kon mij niet ontmoedigen. De enige keer dat ik getwijfeld heb of ik door moest gaan met konijn lusten, was na een uitspraak van een nichtje, nota bene de dochter van de ware konijnenproever ome Ben. Van de bout op haar bord at zij nauwelijks. Toen haar gevraagd werd waarom ze geen konijn bliefde, sprak zij sip maar zeer beslist: 'Daar zitten spieren in.'
Ik geloof dat iedereen naar ome Ben keek, maar dat kan ook de krakende sneeuw in mijn herinneringen zijn. Ome Ben zei niets. Die nam liefdevol en troostend de konijnenbout van het bord van zijn dochter, legde die op het zijne en at rustig door.
| < Vorige | Volgende > |
|---|