Home Columns Hans Roelofs Donkere dagen voor Kerst

Donkere dagen voor Kerst

De donkere dagen voor Kerst, eigenlijk heb ik er een hekel aan. Opstaan als het donker is, ontbijten bij kunstlicht. Door die gure, winderige en natte dagen van de laatste weken heeft de griep, ondanks de preventieve griepprik, me flink te pakken. Oh, wat haat ik dat natte weer en ik blijf maar rillerig.

Met het ouder worden en deze weersomstandigheden, moet ik meer dan anders aan mijn vader denken. Hij was door de Duitsers eind november ‘44 opgepakt op verdenking van hulp aan de ondergrondse. Onder beroerde omstandigheden; slecht weer, nauwelijks kleding, slecht eten, gehuisvest in een tochtige houten barak, werd hij twee weken onderworpen aan strenge verhoren. Hij vertelde mij wel eens dat hij net op tijd werd vrijgelaten. De combinatie angst, kou en honger, had bijna zijn weerstand gebroken.

 

De donkere dagen voor Kerst is de periode dat ik af en toe door het winkelcentrum loop omdat het er naar koffie, broodjes en oliebollen  kan ruiken. Echter, de mooie feestverlichting van de Noorder- en Zuiderbuurt benadrukt dat het met de plaatselijke neringdoenden onderling nog lang geen pais en vree is. Waarom ontbreekt b.v. de verlichting op de Kaden? Waarom geen kerstmarkt? Vorig jaar, in de Breeduit van 16 september, vroeg ik me af waarom de gemeente niet een fonds stichtte waarin elke winkelzaak een evenredig bedrag moet storten, om zo een financieel draagvlak tot een gezamenlijke presentatie van Drachten te creëren.

Over de donkere dagen voor Kerst gesproken. Op weg naar mijn auto zag ik een fiets liggen waarvan het voorwiel nog draaide. Een oude dame lag naast en half onder haar fiets op de grond. Ze leek wel verdoofd en maakte geen aanstalten overeind te komen. Op mijn vragen mompelde ze iets niet gezien te hebben. Ik sjorde haar met grote moeite overeind. Nog ietwat onvast ter been keek ze mij aan zonder iets te zeggen. Ik vroeg of alles goed met haar was, waar ze heen moest en of ik haar nog met iets kon helpen. Ze knikte richting Museumplein. Langzaam liepen we gearmd  in de gewenste richting. Ze hervond haar evenwicht, keek me aan en forceerde een glimlach.  Mompelend bedankte ze mij.

Allerlei gedachten en vragen kwamen in mij op; had ik niet meer moeten doen, hoeveel oude mensen vallen dagelijks in ons verrommelde Drachten, zou het goed met haar gaan, zou ze thuis iemand hebben om haar te helpen?

Ik rilde van de kou en moest weer aan mijn vader denken.

Hans Roelofs

© Pluskrant