Home Columns Roel Vriezema De laatste turfsteker van de veenbaas

De laatste turfsteker van de veenbaas

logo_staatsbosbeheerRond 1920 werd een nieuwe veenderij 'De Deelen' ten noorden van Aldeboarn in gebruik genomen. Daar begon een woeste veroveringstocht van de maagdelijke weilanden waardoor dit gebied binnen enkele jaren veranderde in een woestenij van uitgeveende petgaten.

In die jaren was er in Friesland, ondanks de steenkool, nog veel vraag naar turf als brandstof. Bij de turfwinning is het onderscheid tussen hoog- en laagveen van belang. Hoogveen vormde zich doorgaans  boven de waterspiegel. Laagveen ontstond onder de waterspiegel en werd in de 20e eeuw gebaggerd met een baggelmachine.gaggelmachine_deelen

Eind 19e eeuw werd de baggelmachine geïntroduceerd. Dit was doorgaans een schip of bak met een ingebouwde machine die een steekraam aandreef en een jakobsladder met baggeremmers. De steekramen trokken het veen in grote pakketten omhoog. In de bak vond de bewerking plaats zodat een stevige substantie werd gevormd, die via de jakobsladder met baggeremmers, over de legakkers werd verspreid. Het echte turfmaken geschiedde op de legakkers.

Waarschijnlijk`zijn er enkele tientallen van dergelijke machines in Nederland in gebruik geweest. Het gebruik van deze machines leidde tot een enorme productieverhoging in de vervening. Daarvoor baggerde men met de baggerbeugel (handwerk), wat generaties veenarbeiders hun rug heeft gekost.

Rond de jaren 1930 waren vier à vijf machines actief in de De Deelen. In de jaren na de oorlog is er nog geruime tijd verveend. Daarna zijn de machines gesloopt. De laatste baggelmachine is rond 1960 stil gezet en tot de dag van vandaag is het  restant van deze machine nog steeds zichtbaar voor de toevallige passant. Ook momenteel wordt in de Deelen verveend maar de grond wordt nu met een kraan uitgegraven en verwerkt tot potgrond. Nadat vervening de landbouwgronden in enkel decennia had veranderd in een land van petgaten en legakkers met bijbehorende flora en fauna, ontwikkelende zich hier bijzondere nieuwe natuurwaarden. Door deze ontwikkeling is dit gebied rond 1960 aangekocht door Staatsbosbeheer. Hiermee is ook de natuurbeheerder eigenaar geworden van de restanten van de laatste baggermachine die Nederland nog rijk is. Voor Staatsbosbeheer een uitdaging om deze cultuurhistorische machine nog zichtbaar te houden voor het nageslacht van de vele veenarbeiders die hun dagelijks brood door noeste arbeid moesten verdienen.

Roel Vriesema, boswachter Staatsbosbeheer.

© Pluskrant