Schommeljongen
Het joodse volksdeel kocht geen dode vis. De vis voor hen bestemd werd te Amsterdam aangevoerd in schuitjes, die voor de helft met zeewater waren gevuld, waarin de vis zwom. Haaks op de roeibank lag een plank, waarop een jonge man wijdbeens stond en de plank op en neer liet wippen, waardoor het water in de boot in een golvende beweging werd gehouden. Hierdoor bleef het zuurstofrijker en de vis levend. De beoefenaren van dit eigenaardige beroep werden hobbelstudenten of schommeljongens genoemd.

Schommelkok
Keukenbediende voor het vatenwassen en ander schoonmaakwerk.

Schommelmeid
Dienstbode voor het ruwe schoonmaakwerk